BEL
0318 - 631 670

Home - Poll overzicht

Poll overzicht

Volgens NEN 1010:2020 mogen soms aardlekschakelaars met een aanspreekstroom van 500 mA worden toegepast als foutbescherming.

Feit
56% (83 stemmen)
Fabel
44% (65 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 148

ANTWOORD: 
Het juiste antwoord is feit.

Onderbouwing van het antwoord
Dat antwoord is te ontlenen aan de bepalingen 411.5.3 en 531.3.5.3.2 van NEN 1010:2020.

In bepaling 411.5.3 wordt voor TT-stelsels het volgende geregeld:

“Indien een toestel voor aardlekbeveiliging wordt toegepast als foutbescherming moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a) de uitschakeltijd zoals vereist in 411.3.2.2 of 411.3.2.4 en

b) RA  × IΔn  ≤ 50 V  (41.3)

waarin:

RA   is de totale weerstand naar aarde van de aardelektrode en de beschermingsleiding voor de metalen gestellen, in Ω;

IΔn   is de toegekende aanspreekstroom van het toestel voor aardlekbeveiliging, in A.

(…)”

Met name uit de vergelijking 41.3 valt op te maken dat de aanspreekstroom (IΔn) van de aardlekschakelaar afhangt van de totale weerstand naar aarde (RA). Bij een lage waarde van RA, mag de aanspreekstroom van de aardlekschakelaar dus relatief groot zijn. In de bepaling wordt voor de IΔn geen maximale waarde gegeven.

Voor de juiste keuze van een aardlekschakelaar in een TT-stelsels moet bepaling 531.3.5.3.2 worden toegepast. In deze bepaling wordt een relatie gelegd tussen de weerstand naar aarde en de maximale aanspreekstroom van de aardlekschakelaar. Met name in gebieden waarin een lage waarde van de aardverspreidingsweerstand kan worden gerealiseerd, is het mogelijk om een aardlekschakelaar te kiezen met een relatief hoge aanspreekstroom. Op grond van tabel 531.1 kan die maximale aanspreekstroom zelfs ver boven de 500 mA liggen.

Op grond van deze bepalingen komen we tot de conclusie dat de stelling een feit is.

Belangrijk om te begrijpen is dat de stelling uitgaat van een aardlekschakelaar die wordt toegepast voor foutbescherming. Een aardlekschakelaar die is gekozen als aanvullende bescherming, mag nooit een grotere aanspreekstroom hebben dan 30 mA. Maar daar ging de stelling niet over.

Een werkschakelaar moet op grond van NEN 1010:2020 altijd in de hoofdstroomketen zitten.

Fabel
61% (152 stemmen)
Feit
39% (96 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 248

ANTWOORD: 
Het juiste antwoord is fabel.

Onderbouwing van het antwoord
Dat antwoord is onder meer te ontlenen aan bepaling 537.3.2.2 van NEN 1010:2020.

Door de eerste zin van deze bepaling lijkt de stelling een feit. Er staat namelijk: “Werkschakelaars moeten zijn geïnstalleerd in de hoofdstroomketen.”

Maar in dezelfde bepaling staat een uitzondering op deze hoofdregel. Die luidt:

“Deze uitschakeling mag ook worden bereikt door het onderbreken van een stuurstroomketen, maar alleen indien:

— aanvullende beschermingsmaatregelen, zoals mechanische borgingen, of
— eisen uit de van toepassing zijnde productnorm voor de toegepaste besturingstoestellen

een toestand opleveren die gelijkwaardig is aan die bij de rechtstreekse onderbreking van de hoofdstroomketen.”

Deze uitzondering maakt de stelling tot fabel.

Uit rubriek 422 van NEN 1010:2020 blijkt dat een elektrisch omhulsel van een verwarming in een normaal kantoorpand bij het optreden van een defect niet warmer mag worden dan 115 °C.

Fabel
54% (71 stemmen)
Feit
46% (61 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 132

ANTWOORD: 
Het juiste antwoord is fabel.

Onderbouwing van het antwoord
Dat antwoord is onder meer te ontlenen aan structuur van hoofdstuk 42 en bepalingen 422.3.2 van NEN 1010:2020

In bepaling 422.3.2 staat onder andere het volgende:

“Maatregelen moeten zijn genomen om te voorkomen dat een elektrisch omhulsel van materieel, zoals een verwarming of een weerstand, de volgende temperaturen overschrijdt:

— bij normaal bedrijf: 90 °C;

— bij optreden van een defect: 115 °C.

(…)”

Deze bepaling lijkt de stelling te bevestigen. Maar de bepalingen in 422.3 hebben alleen betrekking op “Ruimten waar het risico op brand bestaat ten gevolge van verwerkt of opgeslagen materiaal“. En aangezien de stelling betrekking heeft op ‘een normaal kantoorpand’ geldt deze bepaling niet voor het verwarmingstoestel uit de stelling.

Er staan ook geen andere bepalingen in rubriek 422 die eisen dat het omhulsel van de kachel bij het optreden van een defect niet warmer mag worden dan 115 °C.

Dit maakt de stelling tot fabel.

Als een groepsleiding bestaat uit drie parallel geschakelde kabels, telt bij de correctiefactor van het aantal bij elkaar gelegde kabels, deze groep als drie kabels.

Feit
58% (98 stemmen)
Fabel
42% (71 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 169

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is feit.

Onderbouwing van het antwoord

Dat antwoord is te ontlenen aan tabel 52.B.17 van NEN 1010:2020.

In deze tabel staat een Nederlands opmerking, namelijk: “[nlb>OPMERKING  Indien een stroomketen is uitgevoerd met parallelkabels, telt het aantal parallelkabels. <nlb”].

Omdat de stelling uitgaat van drie parallel geschakelde kabels, telt deze groep bij het toepassen van de correctiefactor voor het aantal bij elkaar gelegde kabels dus als drie kabels.

Dit maakt de stelling tot feit.

De geleider tussen een toestel voor overspanningsbeveiliging en een hoofdaardrail, moet (indien hij geïsoleerd is) een groen/gele aanduiding hebben.

Feit
69% (151 stemmen)
Fabel
31% (68 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 219

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is fabel.

Onderbouwing van het antwoord

Dat antwoord is onder meer te ontlenen aan de bepalingen 2.13.10, 514.3.1.2 en 514.3.1.3 van NEN 1010:2020.

Daarin wordt duidelijk gemaakt dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen beschermingsleidingen en functionele aardleidingen. Een beschermingsleiding dient voor de elektrische veiligheid en beschermt mens en dier tegen schok. Op grond van bepaling 514.3.1.2 moet een beschermingsleiding worden gecodeerd met de kleurcombinatie groen/geel.

Een functionele aardleiding wordt gebruikt als om andere reden dan de elektrische veiligheid moet worden voorzien in een leiding die het aardpotentieel bevat. Eerder bevatte NEN 1010 geen eis ten aanzien van de kleur van zo’n leiding. Dat is met de komst van NEN 1010:2020 veranderd. Volgens de nieuwe bepaling 514.3.1.3 moet een functionele aardleiding worden aangeduid met de kleuren zwart/geel.

Omdat de leiding tussen een overspanningsbeveiliging en de aardrail of de hoofdaardrail niet bedoeld is voor de bescherming tegen schok, moeten we deze leiding zien als functionele aardleiding. De kleur ervan moet dus zwart/geel zijn. Dit maakt de stelling tot fabel.

De bepalingen van hoofdstuk 709 (jachthavens) van NEN 1010:2020 gelden niet voor de walaansluiting van een rijnaak.

Fabel
52% (62 stemmen)
Feit
48% (57 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 119

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is feit.

Onderbouwing van het antwoord

Dat antwoord is te ontlenen aan bepaling 709.11 van NEN 1010:2020, eerste aandachtstreepje. Daarin wordt voor de walaansluiting  voor de voeding van binnenvaartschepen verwezen naar hoofdstuk 730. Dit is een nieuw hoofdstuk dat speciaal gewijd is aan aanlegplaatsen voor de binnenvaart. Tot dusver bevatte NEN 1010 alleen een hoofdstuk over de elektrische installatie van jachthavens. Dat hoofdstuk bestaat nog steeds (hoofdstuk 709).

De bepalingen van hoofdstuk 709 van NEN 1010:2020 gelden dus niet voor de walaansluiting van een rijnaak.

Op grond van NEN 1010:2020 is het verplicht om de voeding van de verlichting van een bushokje te voorzien van een toestel voor aardlekbeveiliging met een maximale aanspreekstroom van 300 mA.

Fabel
74% (203 stemmen)
Feit
26% (73 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 276

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is fabel.
Dat antwoord is te ontlenen aan bepaling 714.411.3.4 van NEN 1010:2020

Onderbouwing van het antwoord

In de bepaling 714.411.3.4 van NEN 1010:2020 staat:

“In telefooncellen, bushokjes, reclamezuilen, stadsplattegronden en dergelijke, moet materieel dat is
uitgerust met verlichting zijn voorzien van aanvullende bescherming door een toestel voor
aardlekbeveiliging met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA (zie ook 415.1).

De eis is dat materieel dat is uitgerust met verlichting tegen schok aanvullend moet zijn beschermd door een aardlekschakelaar met een maximale aanspreekstroom van 30 mA. De stelling ging er echter vanuit dat dit ook 300 mA zou mogen zijn. Dit klopt dus niet en daarom is de stelling dit keer een fabel.

Op grond van NEN 1010:2020 is het verplicht om de elektrische installatie van een museum te voorzien van overspanningsbeveiliging.

Feit
64% (126 stemmen)
Fabel
36% (71 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 197

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is feit.
Dat antwoord is te ontlenen aan bepaling 443.4 van NEN 1010:2020

Onderbouwing van het antwoord

“In beveiliging tegen transiënte overspanningen moet worden voorzien in gevallen waar de gevolgen van overspanning invloed hebben op:
(…)
b) publieke diensten en erfgoed, bijvoorbeeld verlies van publieke diensten, datacentra, musea;
(…)

De verplichte toepassing van overspanningsbeveiliging voor de meeste elektrische installaties, is één van de belangrijke wijzigingen in NEN 1010 ten opzichte van NEN 1010:2015.

Op grond van NEN 1010:2020 hoeft een kabel die diep genoeg en direct (dus zonder buis etc.) in de grond is gelegd, geen aardscherm te hebben.

Fabel
54% (157 stemmen)
Feit
46% (133 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 290

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is feit.
 

Onderbouwing van het antwoord

Dat antwoord is te ontlenen aan bepaling 522.8.10 en 522.8.10.1 van NEN 1010:2020. In de Europese bepaling 522.8.10 staat:

“In de grond gelegde kabels, buizen of kokers moeten ofwel zijn beschermd tegen mechanische beschadiging, ofwel op zodanige diepte ingegraven liggen dat het risico op dergelijke beschadiging minimaal is. (…)”.

Deze bepaling bevat de volgende keuzemogelijkheid:

  1. Je beschermt de kabel tegen mechanische beschadiging; of
  2. Je graaft de kabel dermate diep in dat de kans op beschadiging minimaal is.

De Nederlandse bepaling 522.8.10.1 geeft hierop de volgende aanvulling:

“Kabels buiten gebouwen moeten op een sleufdiepte van ten minste 0,5 m zijn gelegd. (…)”.

De conclusie die op grond van deze beide bepalingen moet worden getrokken is dat als een kabel op een diepte van minimaal 50 cm ligt, er niet in aanvullende bescherming tegen mechanische beschadiging hoeft te worden voorzien.
Dit is één van de belangrijke wijzigingen in NEN 1010 ten opzichte van NEN 1010:2015.

De afkorting RCBO in NEN 1010:2020 staat voor ‘toestellen voor aardlekbeveiliging zonder geïntegreerde overstroombeveiliging’.

Fabel
84% (102 stemmen)
Feit
16% (20 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 122

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is fabel.
Dat antwoord is te ontlenen aan bepaling 2.530.3.18 van NEN 1010:2020.

Onderbouwing van het antwoord

In de bepaling 2.530.3.18 van NEN 1010:2020 staat onder andere: ‘RCBO is de afkorting van ‘residual current-breaker with overload protection’. In het Nederlands is dat ‘aardlekschakelaar met overstroombeveiliging’.
In de nieuwe editie van NEN 1010 staan veel nieuwe afkortingen. Van de afkortingen die te maken hebben met aardlekschakelaars, vind je hierna een overzicht. In de kolom met Nederlandse termen hebben we daarbij de termen vermeld die we doorgaans hanteren in de markt.

afkorting

Engelse term

Nederlandse term

RCD

Residual Current Device

toestel voor aardlekbeveiliging

RCCB

Residual Current Circuit Breaker

aardlekschakelaar

RCBO

Residual Current Breaker with Overcurrent protection

aardlekautomaat

RCM

Residual Current Monitor

lekstroombeveiliging

MRCD

Modular Residual Current Device

modulair toestel voor aardlekbeveiliging

CBR

Residual Current Sensitive Device

vermogensschakelaar met lekstroombeveiliging

 

Pagina's